Groen Finance
Accountancy & interim management

 

Laatste nieuws:                                                                                                             

 

U vindt in deze rubriek feitjes, weetjes en andere opmerkelijkheden op fiscaal, administratief, financieel en/of economisch gebied. Wenst u meer informatie dan kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen. Deze maand alles over de fiscale plannen voor volgend jaar besproken op PRINSJESDAG 2008.

 

Belastingplan 2009 en Overige Fiscale Maatregelen 2009

 

Op Prinsjesdag, 16 september 2008, zijn het Belastingplan 2009 en het wetsvoorstel Overige

Fiscale Maatregelen 2009 gepubliceerd. Verreweg de meeste voorstellen die hierin zijn

opgenomen, hebben als beoogde ingangsdatum 1 januari 2009. Daar waar de ingangsdatum

eerder of later is dan deze datum wordt dit expliciet aangegeven.

 

In deze bijlage treft u een selectie aan van de naar onze mening het meest in het oog springende

maatregelen die in beide wetsvoorstellen zijn gepubliceerd. De regering heeft een drietal

aandachtspunten geformuleerd waarin de meeste maatregelen passen, namelijk het stimuleren

van het ondernemerschap en het bevorderen van de arbeidsparticipatie, de vergroening van het

fiscale stelsel en administratieve lastenverlichting voor werkgevers en ondernemers.

 

De voorstellen dienen nog door de Tweede Kamer en Eerste Kamer te worden goedgekeurd en

kunnen dus nog (aanzienlijk) wijzigen.

 

Stimuleren van ondernemerschap en bevorderen van arbeidsparticipatie

 

Verlaging Vpb-tarieven

 

Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting voor het jaar 2008 zal volgens het wetsvoorstel

worden verlaagd. Het betreft een incidentele verlaging die met terugwerkende kracht geldt. Ook

belastingplichtigen met een gebroken boekjaar profiteren van de eenmalige tariefsverlaging.

Deze houdt in dat winsten tot een bedrag van € 250.000 slechts belast zijn tegen een tarief van

20%. Deze eerste schijf bedroeg € 40.000. De huidige tweede schijf (voor winsten van € 40.000

tot € 200.000) van 23% komt te vervallen.

De verlaging van het tarief voor het jaar 2008 geeft inhoud aan het vrijgekomen budget in

verband met het uitblijven van goedkeuring door de Europese Commissie voor de rentebox.

Totdat meer duidelijkheid komt uit Brussel, zullen er geen alternatieve voorstellen voor de jaren

2009 en later worden gedaan.

 

 

De regering wil de tonnageregeling verbeteren om Nederland aantrekkelijker te maken voor de

zeescheepvaart. Om die reden wordt voorgesteld het tonnagetarief voor grotere schepen fors te

verlagen. Vanaf een tonnage van 50.000 nettoton zal een tarief gaan gelden van € 0,50 per 1000

nettoton. Daarnaast wordt de volgens de tabel vastgestelde winst voor belastingplichtigen die

als scheepsmanager werken, verlaagd met een vaste korting van 75%. De voorstellen moeten

ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Als deze goedkeuring wordt

verkregen, is het de bedoeling dat de aanpassingen met terugwerkende kracht tot en met 1

januari 2009 in werking zullen treden.

 

Stimuleren van ondernemerschap in de inkomstenbelasting

 

Onder de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 neemt de zelfstandigenaftrek af naarmate de

door de IB-ondernemers behaalde winst toeneemt. De MKB-winstvrijstelling van 10% van

de winst heeft geen plafond en stimuleert daarom ondernemers meer om winst te maken

dan de zelfstandigenaftrek. Daarom wordt voorgesteld om vanaf 2009 binnen de fiscale

ondernemersfaciliteiten meer de nadruk te leggen op de MKB-winstvrijstelling, die wordt

verhoogd tot 10,7%. De bedragen van de zelfstandigenaftrek blijven in 2009 constant. Dit wordt

voor startende ondernemers gecompenseerd door een verhoging van de startersaftrek.

 

Uitbreiding faciliteiten speur- en ontwikkelingswerk (S&O)

 

Om innovatief ondernemerschap in de inkomstenbelasting te bevorderen heeft de regering

besloten de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk voor ondernemers in de inkomstenbelasting

te verruimen. De verruiming heeft betrekking op de ontwikkeling van technische programmatuur

waarbij gebruik wordt gemaakt van al bestaande componenten.

 

 

Om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te bevorderen en zo de oudedagsvoorziening in de

toekomst op peil te kunnen houden, zijn in het Belastingplan 2009 twee maatregelen voor ouderen

opgenomen.

 

De eerste maatregel beoogt de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen. Het betreft een

doorwerkbonus vanaf het jaar waarin de leeftijd van 62 jaar wordt bereikt. De bonus is vormgegeven

als een korting op de betalen belasting (heffingskorting) en bedraagt een percentage van de

arbeidsinkomsten, mits die een drempel van € 8.867 in 2009 overschrijden. De tweede maatregel is

bedoeld om het draagvlak voor de financiering van de oudedagsvoorziening te verbreden. Mensen

van 65 jaar of ouder die zijn geboren na 31 december 1945 en bovendien een inkomen hebben dat

hoger is dan € 32.127 (in 2009), gaan vanaf 2011 een houdbaarheidsbijdrage betalen.

 

Vergroening van het fiscale stelsel

 

Maatregelen ter bevordering van energiezuinig autogebruik

 

Voor de fiscale bijtelling in de loonbelasting en de onttrekking in de inkomstenbelasting voor auto’s

van de zaak, wordt een nieuwe categorie zuinige auto’s geïntroduceerd. De bijtelling of onttrekking

voor auto’s in deze categorie is 20% en geldt voor auto’s die niet op diesel rijden met een CO2-

uitstoot tussen 111 en 140 gram per kilometer en voor auto’s die wel op diesel rijden met een CO2-

uitstoot tussen 96 en 116 gram per kilometer. Bij een nog lagere CO2-uitstoot blijft een bijtelling of

onttrekking van 14% gelden.

 

Verschuiving van BPM naar MRB

 

De in 2008 ingezette verschuiving van de Wet op de belastingen van personenauto’s en

motorrijwielen (BPM) naar de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (MRB) wordt voor de jaren

2009-2013 voortgezet. Hierdoor daalt in 2009 het percentage van de BPM in de catalogusprijs

van 42,3% naar 40,0%. In het kader van de ombouw van de BPM-grondslag van catalogusprijs

naar CO2-uitstoot voert de regering in 2009 een BPM-vrijstelling in voor zeer zuinige auto’s. Voor

het criterium ‘zeer zuinig’ wordt aangesloten bij een benzineauto met een CO2-uitstoot van niet

meer dan 110 gram per kilometer en bij een dieselauto met een CO2-uitstoot van niet meer dan

95 gram per kilometer. Ook wordt in de BPM per 1 januari 2009 de grens van de CO2-toeslag

voor benzineauto’s verlaagd naar 212 gram per kilometer en voor dieselauto’s naar 176 gram

per kilometer. De met ingang van 1 januari 2008 ingevoerde halvering van de MRB voor zeer

zuinige personenauto’s wordt met ingang van 1 januari 2009 verlaagd tot een kwarttarief. Tevens

vindt een verhoging plaats van het MRB-tarief voor motoren en bepaalde vrachtwagens en een

verlaging van het MRB-tarief voor personen- en bedrijfsauto’s rijdend op aardgas tot het niveau van

benzineauto’s.

 

Aanpassingen in de verpakkingenbelasting

 

Met ingang van 1 januari 2008 is de verpakkingenbelasting ingevoerd voor ’producenten’ en

importeurs die jaarlijks 15.000 kilo of meer verpakkingsmateriaal, door middel van verpakte

producten, op de markt brengen. In juli van dit jaar heeft de staatssecretaris van Financiën na

overleg met het bedrijfsleven al vereenvoudigingen in deze belasting aangekondigd en deze zijn

nu in het wetsvoorstel opgenomen. Zo kan voor geïmporteerde producten op verzoek een forfait

worden toegepast om de hoeveelheid verpakkingen vast te stellen en is het mogelijk om in overleg

met de Belastingdienst specifieke individuele afspraken te maken (maatwerk). Ook wordt de

definitie van verpakkingen gewijzigd, zodat bijvoorbeeld bepaalde logistieke hulpmiddelen buiten

de belastingheffing blijven. Verder komt het onderscheid in tarief voor primaire en secundaire/

tertiaire verpakkingen te vervallen, wordt een teruggaafregeling voor indirecte export geïntroduceerd

en wordt de belastingplicht van loonverpakkers verlegd naar de opdrachtgever. Ook komt er een

wijziging in de behandeling van verkooppuntverpakkingen.

Enkele maatregelen hebben terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2008, zoals de wijziging van

de definitie van verpakkingen en de introductie van het forfait (waarbij wel een overgangsregeling

geldt voor toepassing van het forfait over 2008). De exportvermindering voor indirecte export heeft

terugwerkende kracht tot en met 1 april 2008. De overige maatregelen treden in werking met ingang

van 1 januari 2009.

 

Aanpassingen in de vliegbelasting

 

Met ingang van 1 juli 2008 is de vliegbelasting ingevoerd. In het Belastingplan 2009 is onder

meer voorzien in een wijziging voor situaties waarin verschillende tarieven gelden voor

verschillende bestemmingen in hetzelfde land. Voorgesteld wordt dat voor alle bestemmingen

in landen waarvan de luchthavens deels zijn gelegen binnen een vliegafstand van 2500

kilometer en deels daarbuiten, het lage tarief van € 11,25 ook van toepassing is op verder

gelegen bestemmingen in dat land. Wel geldt een maximumafstand van 3500 kilometer. De

Azoren, Madeira en de Canarische eilanden vallen in dat geval in het lage tarief, evenals alle

bestemmingen in Algerije, Libië, Marokko, Noorwegen, Turkije en het Europese deel van de

Russische Federatie. De wijzigingen hebben terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2008.

 

Administratieve lastenverlichting voor werkgevers en ondernemers

 

Loonheffing en doorbetaaldloonregeling directeur-grootaandeelhouder (dga)

 

De dga blijft ook na 1 januari 2009 onderworpen aan de loonheffing. Wel heeft de regering het

voornemen om vanaf 1 januari 2010 de administratieve handelingen die ten aanzien van een dga

moeten worden verricht, sterk te vereenvoudigen door de invoering van een drietal maatregelen:

een vereenvoudigde loonaangifte, de mogelijkheid om voor verschillende maanden tegelijk

aangifte te doen en een eenvoudiger betalingssysteem. Dit zal nog nader worden uitgewerkt.

Wel zal al vanaf 1 januari 2009 de grens voor het doen van een kwartaalaangifte omzetbelasting

worden verhoogd van € 7.000 naar € 15.000.

 

Ten aanzien van dga’s komt verder vanaf 1 januari 2009 de voorwaarde te vervallen dat de

doorbetaaldloonregeling alleen van toepassing kan zijn na een daartoe door de Belastingdienst

afgegeven beschikking.

 

Loon in/loon over-regeling en correctieberichten loonheffing

 

De per 1 januari 2006 ingevoerde correctieberichten indien een werkgever een onvolledige of

onjuiste aangifte loonheffing heeft gedaan, worden weer afgeschaft voor zover deze betrekking

hebben op een tijdvak van een lopend kalenderjaar. Met ingang van 1 januari 2010 kan worden

volstaan met het corrigeren van geconstateerde fouten in de eerstvolgende loonaangifte.

Correctieberichten blijven wel nodig om geconstateerde gebreken over verstreken kalenderjaren

te corrigeren maar hoeven vanaf 1 januari 2010 niet meer gelijktijdig met een aangifte te worden

ingediend.

 

Een deel van de tijdelijke loon in/loon over-regeling wordt met ingang van 1 januari 2009

definitief. Dit deel van de regeling houdt in dat een werkgever een in januari van het nieuwe jaar

gedane inhouding op loon dat een werknemer nog over het voorafgaande kalenderjaar toekomt,

mag opnemen in de laatste aangifte over het voorafgaande jaar. Het tweede onderdeel van deze

tijdelijke regeling wordt nog met een jaar verlengd maar komt per 1 januari 2010 te vervallen in

verband met de per die datum in te voeren hiervoor besproken nieuwe aangiftesystematiek.

Dit onderdeel houdt in dat een werkgever binnen een kalenderjaar loonbetalingen, zo nodig

door middel van een correctiebericht, mag toerekenen aan verstreken loontijdvakken waarop de

betaling betrekking heeft.

 

Voortzetting uitvraag jaarloongegevens bij werkgevers

 

De tijdelijke regeling die de Belastingdienst de mogelijkheid geeft om jaarloongegevens bij

werkgevers op te vragen blijft tot 2011 gehandhaafd. Dit is een signaal dat de regering onderkent

dat de gegevensverzameling aan de hand van de aangifte loonheffingen in combinatie met de

polisadministratie nog niet optimaal werkt en nog enkele jaren nodig zijn om dat te verbeteren.

 

Door werkgever op werknemers verhaalde WGA-last

 

Een werkgever mag de lasten die voortvloeien uit de werkhervatting van gedeeltelijk

arbeidsgeschikten (WGA-lasten) verhalen op de werknemers die dit uit hun nettoloon zouden

moeten betalen. Rechtbank Haarlem heeft echter in een recente uitspraak beslist dat het

verhaalde bedrag voor de werknemer negatief loon vormt. Om dit niet-beoogde gevolg

ongedaan te maken wordt met ingang van 1 januari 2009 in de wet een bepaling opgenomen op

grond waarvan de op de werknemer verhaalde WGA-lasten niet in mindering op het loon mogen

worden gebracht.

 

Automatische verlening verklaring arbeidsrelatie (VAR)

 

Ter vermindering van de administratieve lasten voor zelfstandigen zullen VAR-beschikkingen

voortaan automatisch worden verstrekt, indien zich gedurende enige jaren geen wijziging heeft

voorgedaan. VAR-beschikkingen zullen onder de volgende voorwaarden automatisch worden

verstrekt:

• de belastingplichtige heeft voor drie achtereenvolgende kalenderjaren telkens een verzoek

voor een VAR-beschikking ingediend voor dezelfde soort werkzaamheden die onder

overeenkomstige condities zijn verricht;

• de drie verzoeken hebben tot dezelfde soort VAR-beschikking geleid;

• de afgegeven beschikkingen zijn daarna niet meer herzien.

 

Overige maatregelen

 

Aanpassing btw-vrijstelling medische diensten

 

Gezondheidskundige diensten zijn slechts vrijgesteld wanneer deze worden verricht door

zorgverleners met een beroepsopleiding van voldoende kwaliteitsniveau. Op basis van de

Europese regels moeten lidstaten dit kwaliteitsniveau verzekeren, bijvoorbeeld door voor de

toepassing van de vrijstelling bepaalde zorgverleners met de vereiste beroepskwalificaties aan te

wijzen.

 

Met ingang van 1 januari 2009 zullen als gevolg van een wetswijziging een aantal medische

diensten die nu zijn vrijgesteld, belast zijn met btw. Vanaf die datum is de vrijstelling alleen nog

van toepassing op prestaties op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens

die worden verricht door bepaalde beroepsbeoefenaren. Deze beroepsbeoefenaren moeten een

op die specifieke handelingen gerichte opleiding hebben voltooid, waarvan de (examen)eisen zijn

neergelegd in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Als aan deze

eisen is voldaan, zijn die specifieke handelingen vrijgesteld.

 

Concreet betekent dit dat per 1 januari 2009 bijvoorbeeld een huisarts in de nieuwe opzet niet

langer is vrijgesteld van btw voor handelingen op het gebied van chiropraxie, osteopathie,

acupunctuur, homeopathie en andere alternatieve geneeswijzen. Daarnaast zijn ook de

verrichtingen door niet BIG-geregistreerde psychologen niet langer vrijgesteld, net als die van

bijvoorbeeld acupuncturisten en osteopaten.

 

Vrijstelling successie- en schenkingsrecht voor sportverenigingen

 

Vanaf 1 januari 2009 kunnen sportverenigingen en -stichtingen onder omstandigheden in

aanmerking komen voor een vrijstelling van het recht van successie, het recht van overgang

en het recht van schenking. Daarvoor is vereist dat deze sportvereniging of -stichting

sportbeoefening bij die vereniging of stichting ten doel heeft. Daarnaast dient de sportvereniging

of -stichting te zijn aangesloten bij een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

aangewezen landelijke sportorganisatie. De sportvereniging of -stichting moet tevens gevestigd

zijn in een lidstaat van de Europese Unie, de Nederlandse Antillen of Aruba. Bovendien mag er

geen opdracht zijn verbonden aan de verkrijging, waardoor deze niet meer het karakter heeft van

een verkrijging in het belang van de sportbeoefening.

 

Vermogensoverheveling woningcorporaties

 

Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting voorziet in de herverdeling van vermogen binnen

de corporatiesector onder meer om de probleemwijken aan te pakken. Woningcorporaties

kunnen worden verplicht om vermogen aan dit fonds af te dragen, maar kunnen daaruit ook

gelden ontvangen om eventuele problemen aan te pakken. Het voorstel is dat deze overdracht

van vermogen zal plaatsvinden buiten de sfeer van de vennootschapsbelasting: ontvangen

subsidies zijn niet belast en verschuldigde bijdragen zijn niet aftrekbaar (defiscalisering). De

inwerkingtreding van deze maatregel is gekoppeld aan de inwerkingtreding van het besluit inzake

de wijziging van het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en het Besluit beheer

sociale-huursector.

 

Fiscale beleggingsinstellingen met indirect vastgoed

 

Het wetsvoorstel voorziet in wijzigingen van het regime voor fiscale beleggingsinstellingen om

enkele knelpunten weg te nemen voor beleggingsinstellingen die indirect vastgoed houden

via dochtervennootschappen. Het beleggingsbegrip wordt daartoe op een tweetal punten

aangepast. Het uitlenen van bij een bank aangetrokken gelden aan in de wet gedefinieerde

verbonden lichamen kwalificeert per 1 januari 2009 als beleggen. Hetzelfde geldt voor het

verstrekken van garanties ten behoeve van deze verbonden lichamen. Daarnaast wordt een

tweetal wijzigingen aangebracht in de financieringseisen voor beleggingsinstellingen. De

wijzigingen treden in werking op 1 januari 2009.

 

Uitbreiding fictieve onderworpenheid van in niet-verdragsland werkzame werknemers

 

In de wet is een fictie opgenomen om te garanderen dat het loon van werknemers die een

privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben met een binnen het Rijk gevestigde werkgever en die

worden uitgezonden naar een land waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft afgesloten,

geacht wordt aldaar te zijn onderworpen aan belastingheffing. Op deze manier is het Besluit

voorkoming dubbele belasting van toepassing op dit loon. De fictie wordt in het wetsvoorstel

uitgebreid tot werknemers die in privaatrechtelijke dienstbetrekking staan tot werkgevers in een

andere lidstaat van de Europese Unie. De wijziging treedt in werking op 1 januari 2009.

 

Oplossing voor splitsingsproblematiek bij lijfrenten

 

Lijfrentecontracten die in box 1 worden belast, kunnen onder de Wet IB 2001 desondanks

voor een deel worden belast in box 3. Dit doet zich voor indien belastingplichtigen de door hen

betaalde aftrekbare lijfrentepremies geheel of gedeeltelijk niet in aftrek brengen of lijfrentepremies

betalen tot bedragen die in één of meer jaren de aftrekruimte overschrijden. De lijfrenteaanspraak

moet hierdoor voor fiscale doeleinden worden gesplitst in een box 1-deel en een box 3-deel.

De splitsing zorgt voor administratieve problemen bij verzekeraars, belastingplichtigen en de

Belastingdienst. In de wet wordt daarom vastgelegd dat vanaf 1 januari 2009 de belastingheffing

bij lijfrentecontracten volledig in box 1 plaatsvindt.

 

Splitsing in een box 1- en een box 3-deel is dan niet meer aan de orde. Dit kan echter te

ingrijpend uitwerken in de situatie dat de belastingplichtige geen premieaftrek heeft genoten. In

de beleidssfeer worden belastingplichtigen echter mogelijkheden geboden tot herstel achteraf.

Zo bestaat de mogelijkheid om niet in aftrek gebrachte lijfrentepremies alsnog als uitgave voor

inkomensvoorziening aan te merken. Daarnaast krijgt de belastingplichtige de mogelijkheid

om het box 3-gedeelte van het lijfrentecontract af te kopen. Ook zal nog in de beleidssfeer

gedurende twee jaar de mogelijkheid worden geopend om het box 3-gedeelte af te splitsen naar

een afzonderlijke polis.

 

Enige andere fiscale maatregelen

 

• Het koopkrachtpakket voor 2009 laat zien dat de meeste heffingskortingen worden verlaagd.

Alleen de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (voor

alleenstaanden en minst verdienende partners met kinderen) worden verhoogd.

• Het belastingtarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting wordt met ingang van

1 januari 2009 verlaagd naar 2,35% (2008: 2,45%) en in de tweede schijf verhoogd naar

10,85% (2008: 10,7%).

• De regering wil ondernemers meer zekerheid bieden dat de milieu-investeringsaftrek (MIA),

de energie-investeringsaftrek (EIA) en de versnelde afschrijving voor milieu-bedrijfsmiddelen

(Vamil) niet voor het einde van het jaar buiten toepassing worden verklaard wegens

budgetoverschrijding (zoals in 2006 en 2007). Bij ministeriële regeling kunnen deze faciliteiten

worden aangepast.

• De maximumpremiegrondslag voor lijfrenteaftrek wordt vanaf 1 januari 2009 weer hersteld

naar het niveau van 2007. Deze verruiming is van belang voor ondernemers-natuurlijke

personen die voor het treffen van een adequate oudedagsvoorziening in belangrijke mate zijn

aangewezen op de lijfrentepremieaftrek.

• In de wet wordt vanaf 1 januari 2009 de mogelijkheid geschapen een nog niet ingegane

lijfrentepolis met een waarde van maximaal € 4.000 af te kopen.

 

 

Bron: www.pwc.nl